Show Navigation

Pieker en Dalen

Ik weet niet wat ik nodig heb.

Ik weet niet of ik harder vast moet houden,
kansen moet grijpen,
knijpen, eruit persen wat er in zit,
of dat ik juist moet laten gaan,
moet leren dat ik niet iedereen kan overtuigen,
niet verantwoordelijk ben
voor het geluk van andere mensen.

Ik weet niet wanneer ik stil moet zijn,
en wanneer ik niet stil mag blijven.

Ik weet niet wat binnen mijn bereik ligt,
wie me kan horen, en wie wil luisteren.

Ik weet niet naar wie ik moet luisteren,
wie me kan helpen,
of dat ik dat alleen zelf kan.

Ik weet niet of wij vrienden zijn
omdat je aardig bent
of omdat je me de goede complimentjes geeft.

Ik weet niet wat de mensen over me zeggen.
Of de mensen die me haten
met haten om dezelfde dingen
als ik.

Ik weet niet of ik beter op moet letten
of beter na moet denken.

Ik weet niet of ik wil dat mensen me aardig vinden
of interessant,
wijs of grappig;
of ik serieus genomen wil worden,
en hoe serieus ik mezelf wil nemen.

Ik weet niet of ik volwassen ben.
Of hoe oud ik eigenlijk ben.

Ik weet niet wat ik niet weet,
maar ik probeer.
Denk ik.

Egel

Kom binnen.
De deur is open.
Hier is mijn tweede leven.
Dit is waar ik ‘s avonds heen ga,
als een echtgenoot die wegloopt
naar zijn tweede gezin.
Hier bepaal ik wat er gebeurt.
Er is een tafel en twee stoelen.
Je mag gaan zitten
als je belooft te luisteren
en me niet onderbreekt.
Als je iets terug wil zeggen
kom ik naar jouw kamer.
Buiten kunnen we niet praten.
Daar is te veel ruis.