Show Navigation

Klasse

Ik had Amir ontmoet op internet. Cliché, ik weet het, maar waar kom je anders leuke jongens tegen. Ik had er genoeg van om elke avond alleen thuis te zitten en oude afleveringen van The Office te kijken. We hadden een poosje gemaild, hij en ik, en toen hadden we afgesproken om iets te gaan drinken. Hij zocht een cafeetje bij mij in de buurt uit en kwam aanrijden in een Porsche. In het echt was hij niet zo knap als op de foto’s, of zo grappig als in zijn emails, maar hij was beleefd en lachte om mijn grapjes. We dronken een paar glazen wijn. Hij vertelde me over de bank waar hij werkte. We kregen martini’s met te veel gin. Na een poosje begon ik me een beetje zweverig te voelen. Hij liep met me mee naar huis. Voor de deur vroeg ik of hij nog een kopje koffie wilde, met zelfgebakken chocoladecake. Samen liepen we naar boven. Alles ging prima tot we de woonkamer inliepen, en zagen dat Karl Marx op mijn bank zat.

Amir en ik bleven in de deuropening staan.
     ‘Hallo,’ zei Karl Marx, die over zijn baard aaide.
      Ik wilde eigenlijk niet staren, maar het was Karl Marx, en hij zat op mijn bank.
    Amir legde een hand op mijn rug. Ik moest er van rillen. Hij boog zich naar me toe en fluisterde in mijn oor: ‘Jona?’ Wie is dat?’
    ‘Dat?’ Ik keek naar Karl Marx, die een hap chocoladecake nam. Dat was toch niet de cake die ik speciaal had staan bakken, die middag? Maar dat was van later zorg. Amir wachtte op antwoord. ‘Dat is Karl Marx,’ zei ik. ‘Hij heeft Das Kapital geschreven, en het Communistisch Manifest.’
    
‘Samen met Friedrich Engels, vergeet dat niet,’ zei Karl Marx, met volle mond.
   ‘Samen met Friedrich Engels,’ beaamde ik, en keek Amir met een glimlach aan. ‘Koffie, dan? Cappuccino?’

Amir keek naar Karl Marx, toen naar mij, toen naar Karl Marx, en toen weer naar mij. Ik wou dat ik hem gewoon bij zijn jaspanden kon grijpen en naar de slaapkamer kon sleuren, maar we waren nog lang niet op dat punt. We moesten eerst nog thee drinken en flirten en kijken of het iets zou worden, allemaal dingen die moeilijk gingen, omdat Karl Marx op mijn bank zat. We konden in de keuken gaan staan, maar dat was ook niet echt romantisch. Amir veegde zijn haar naar achteren. Er was al een poosje niets gezegd, en de stilte begon ongemakkelijk te worden.

‘Amir, dit is Karl Marx,’ zei ik uiteindelijk maar. ‘Karl Marx, dit is Amir.’
    ‘Hoi,’ zei Amir.
    ‘Aangenaam,’ zei Karl Marx. ‘Hoe ken je Jona?’
    ‘We hebben elkaar ontmoet op internet,’ zei Amir, met tegenzin.
    ‘Cliché, ik weet het, maar waar kom je anders leuke jongens tegen,’ zei ik.
    Karl Marx trok een wenkbrauw op. ‘Wat is “internet’?’
    ‘Lang verhaal,’ zei ik.
    Amir tikte me op mijn schouder. ‘Kan ik je even spreken?’

We liepen de hal in. Amir veegde zijn haar naar achteren en keek me aan. ‘Dit stond niet in je OK-Cupid profiel,’ zei hij.
    ‘Iedereen heeft toch wel iets te verbergen?’ zei ik, zo onschuldig als ik kon.
    ‘Ik hou niet van dit soort verrassingen,’ mompelde Amir.
    ‘Ik heb cake gebakken,’ herinnerde ik hem. Het had me drie uur gekost, en ik vond het oneerlijk dat hij dat nu al vergeten was, alleen maar omdat Karl Marx op mijn bank zat.
    Amir keek me kwaad aan. ‘Wat is dit, Jona?’
    ‘Dit is mijn huis,’ zei ik.
    Amir veegde zijn haar naar achteren, en keek om zich heen. ‘Kan ik hier ergens naar de wc?’
    Ik wees hem naar de badkamer. Hij liep naar binnen en trok de deur net iets te hard achter zich dicht.

Ik liep naar de woonkamer en ging op de bank naast Karl Marx zitten.
    ‘Dat is mijn cake,’ zei ik.
    ‘Sorry,’ zei Karl Marx. ‘Ik had honger.’
    ‘Nou ja, als je maar niet te veel kruimelt,’ zei ik. Echt boos kon ik niet op hem worden. De fijne roes van de martini’s was verdwenen. Ik legde mijn voeten op tafel en dacht terug aan de avond. Amir had zijn auto dubbel geparkeerd. Hij had de ober ‘schatje’ genoemd. Zijn aftershave rook naar benzine. Hij had witte sportsokken aan.
    ‘Misschien dat dit toch niet zo’n goede date was,’ zei ik.
    ‘Nee, dat lijkt me ook niet,’ zei Karl Marx. ‘Heb je gezien dat hij witte sportsokken aan heeft?’

De deur van de woonkamer ging open, en Amir kwam naar binnen. Zijn gulp stond nog open.
    ‘Okee, hoe zit het met die koffie?’ zei hij.
    Ik stond op en legde een hand op zijn schouder. ‘Ik denk niet dat dit gaat werken,’ zei ik. ‘Sorry.’
    Amir zei niks. Hij pakte zijn jas en liep de deur uit. Ik hoorde zijn Porsche keihard wegrijden. Het klonk opgevoerd.

Ik liep terug naar de woonkamer. Karl Marx strookte door zijn baard.
    ‘Heb je zin om The Office te kijken?’ vroeg ik. ‘Het gaat over arbeiders.’
    ‘Klinkt goed,’ zei Karl Marx.
    De kat kwam binnen lopen en kroop bij mij op schoot. Met de afstandsbediening zette ik de televisie aan.
    
‘Is er nog cake over?’ vroeg ik.
    Karl Marx knikte, en gaf ons allebei een precies even groot stuk.

Daar Aan De Kust

Het zand was grijzig. Met de doos tegen haar buik geklemd liep Emma over het strand. Ze had de veters van haar schoenen aan elkaar geknoopt, en die over haar schouder gehangen. De lucht was kleurloos, als het papier van een schrijver zonder inspiratie. Door de lucht vlogen meeuwen. Waar, dacht Emma, zouden meeuwen anders door heen moeten vliegen? Dat was een goede vraag van Emma, maar ze had andere dingen aan haar hoofd. In het koekblik dat ze tegen haar buik aan hield zat haar engeltje, haar trouwe Jodocus, de wandele tak die haar gezelschap had gehouden in de herfst van haar leven.

Emma keek naar beneden, en verbaasde zich erover dat ze ineens een koekblik vasthad, in plaats van een doos. Ik ben pas toch 33, dacht ze. Zo oud is dat toch ook weer niet. “Herfst van mijn leven”? Het was een gedachte die niets met de situatie te maken had, maar Emma was wanhopig, wanhopig als een schrijver met een deadline. Ze was in rouw over het heengaan van haar lieve Jodocus, de geleedpotigde waar ze haar wel en wee mee had gedeeld. Welk een tragisch lot voor het trouwe beestje om zijn einde te vinden in de roterende hakmessen van een Philips ‘Master-series S5D’ keukenmachine, die op het moment van Jodocus’ noodlottige val op volle toeren een halve kilo kikkererwten aan het vermorzelen was. Emma vroeg zich af waarom ze niet gewoon het dekseltje op de keukenmachine had gedaan. En waarom dat liep dat beest uberhaupt los? Wilde ze hem uitlaten of zo? Oh, het was niet de schuld van radeloze, tragische Emma, maar de spijt benam haar het vermogen tot redelijk denken, en daarom hield ze even haar mond en dacht aan de vergankelijkheid van het leven.

In de verte lag het favoriete duin van Jodocus, waar ze hem ter aarde zou laten. Het duingras wuifde zachtjes in de wind, als de koningin die haar onderdanen begroet op een nationale feestdag. De meeuwen hingen in de oosterwind zoals bakstenen dat niet doen. Verderop lag een stuk wrakhout, als een vrouw die is achtergelaten door haar bruut van een echtgenoot, en vervolgens ook nog haar wandele tak was verloren. Emma stond stil en zette het koekblik neer. Haar gemoed schoot vol met melancholische reflecties over alle liefde die ze had gegeven, en die de wereld zo kil had weggewimpeld. Plotseling haalde ze uit en schopte het blik de zee in. Toen liep ze weg. In haar auto tikte ze het adres van De Efteling in haar tomtom en reed weg. Het strand was grijs, en het koekblik lag er verlaten en onberouwd bij. Emma zong mee met de radio in haar auto. Het hart van een vrouw zit vol mysteries.