Maxochisme

Words and stuff by Max Urai

Het Einde Is Nabij

I wrote this for a short story competition which I didn’t win. But I don’t really care, because the organization sent me a hand-written postcard to tell me I didn’t win, and I officially love them for that.


Na drie bollen keek hij me met wijd open ogen aan. Zijn mond valt open, en zijn ogen rollen terug in hun kassen. Ja hoor, daar gaan we weer.
          “Het einde is nabij,” gorgelt hij, en zijn hoofd valt op tafel, recht in z’n half opgegeten pizza. Nou, dat had erger gekund. Terwijl ik m’n koffertje inpak begint hij te snurken. Als ik opsta en naar de deur loop hoor ik een gorgelend geluid. Kanker, hij gaat toch niet lopen stikken hier? Ik draai me om en zie net dat er een dikke klodder groen slijm uit z’n mond komt zetten. Nou, prima joh. Ik loop de kamer uit en sla de deur dicht. Fucking junkies.

Ik heb te vaak mensen out zien gaan om er nog iets mee te doen. De eerste keer – shit, hoe lang is dat geleden? Veertien jaar? -  werd ik er nog kotsmisselijk van, maar dat wende best snel. Toen heb ik me nog een poosje helemaal de tering gelachen om die junkies die een potje lagen te rotten in hun eigen vuil. Maar tegenwoordig laat het me nogal koud, allemaal. Zij bellen mij op, dus het is niet alsof het mijn verantwoordelijkheid is of zo. Ze zien maar wat ze doen met het spul. De meesten gebruiken het meteen als ze het hebben, recht voor m’n neus. Als ze denken dat ik ze ga babysitten hebben ze het mooi mis. Stelletje achterlijke mongolen.

Ik loop de flat uit, haal m’n sleutels uit m’n zak en wijs ze naar de Lamborghini die voor de deur geparkeerd staat. Met een druk op de knop piepen de deuren open. Met een ander knopje gaat de motor vast draaien. Heerlijk geluid is dat toch. Als ik instap voel ik het strakke leer onder m’n kont al. Man, wat een geile bak is dit toch. Chromen velgen. Stereo met opgevoerde subwoofer. Fucking kontverwarming in de stoelen. Heerlijk. Elke cent waard dit ding. Als ik hiermee door de juiste buurt rij en een lekker muziekje op zet zitten er zo vier sletjes bij me achterin. Als ik m’n best doe, tenminste. En als ik daar nou eens mooi geen zin in heb staan de meest luxe hoeren van de stad voor me in de rij, die allemaal precies weten wat ik lekker vind. Er is zo’n Braziliaanse aan de Bloedstraat die allemaal exotische shit doet. Fucking nice is dat. De laatste keer dat ik daar was moest ik een week boxers dragen.

Ik check m’n smartphone om te zien wat het gaat worden vanavond. Nog één adresje, aan de andere kant van de stad, en het is pas half 12. Nice. Snel afhandelen die hap, en misschien dat ik daarna nog een beetje Zuid-Amerikaanse cultuur kan gaan proeven, zeg maar. Grinnikend om dat grapje typ ik het adres in m’n GPS, en  een geile vrouwenstem vertelt me dat ik linksaf moet slaan. Terwijl ik m’n auto in z’n twee zet kijk ik hoe ik moet rijden. Kanker, moet ik helemaal naar Oost. Daar heb ik echt even een potje geen zin in. Ik tik wat in op de GPS, maar zo te zien heb ik geen keus. Fuck. Nou ja, snel rijden dan maar.

Ik ben de wijk nog niet ingereden of ik zie een stel Marokkanen rotjes naar eenden gooien. Een van de vogels rent bijna voor m’n wielen, en ik moet keihard remmen. Teringlijers. Ik sta op het punt om m’n raam naar beneden te draaien en ze even goed te laten weten hoe we dingen doen in dit land, maar dan bedenk ik me dat ze zo in staat zijn om een rotje door m’n raam naar binnen te keilen. Dus ram ik alleen maar op de toeter. Ik zie ze naar me kijken, en dan beginnen ze allemaal te lachen.

Teringlijers. Fucking terroristen. Als het kon zou ik ze allemaal met hun kop in m’n motor steken. Oppakken en tegen de muur die hap. Bam, Bam, Bam, allemaal stukmaken. Een voor een. Het is toch niet alsof iemand ze mist. Het enige wat ze doen is shit kapotmaken. Niemand van dat soort voegt iets toe aan de wereld. En de politiek is te laf om er iets aan te doen. Taser in hun reet, allemaal. Dit land gaat naar de kloten, en niemand doet iets. De geile vrouwenstem vertelt me dat ik er ben, en ik schiet uit m’n gedachten.

Dus hier is het? Tering. Het verbaast me dat de flat nog niet is ingestort. Ik parkeer m’n auto snel ergens achteraf, en ren dan naar de voordeur met m’n koffertje. Als ook maar iemand hem krast, ik zweer je, er gaan doden vallen. En natuurlijk ligt er een stapel fucking bakstenen voor de deur van de flat waar ik overheen moet klimmen. Godverdomme, als dit m’n schoenen verpest mogen die klotejunkies het gaan betalen. Italiaans leer. Splinternieuw. Kutjunkies. Ze hebben niet eens een deurbel. Ik moet kloppen als een of andere pauper.

Ik ben half verkleumd voordat iemand de deur opendoet.
          “Welkom, vreemdeling,” hoor ik een vent zeggen op serieuze toon
          “Ja, dank je,” zeg ik. “Jullie hadden gebeld?”
          “U bent van de drugs?”
          Nou, het is niet alsof dat niet klopt. “Jep.”
          “Treed binnen. Ik ben de Noctulian.”
Wat hebben junkies toch met stomme bijnamen? En waarom heeft deze gast een gewaad aan?

En welke mongool heeft alleen maar kaarsen in z’n woonkamer? Ik kan geen hol zien. Echt, het blijft me verbazen met wat voor random geëikel die junks aan blijven komen. Laatst had ik nog iemand die ratelslangen verzamelde in z’n badkuip. Sukkel. Poos niks van gehoord, ook. Hmm. Nou ja, doet er niet toe. Ik heb zaken te doen. Snel afhandelen en wegwezen. Er wacht een dame op me in de Bloedstraat.

Opeens beweegt er iets, en ik laat bijna m’n koffertje vallen. Wow, wat? Door de hele kamer beginnen de schaduwen te bewegen, en ik zie nu pas dat er allemaal kerels in de kamer staan in dezelfde stomme badjassen als de gast die me binnen liet. Hoe heet hij nou? Nox – Not Julian? Fuck it, ik doe het er voor. Ik hoef niet te weten hoe hij heet. Ik hoef alleen te weten wat ‘ie hebben wil, en weg ben ik. Not Julian wijst naar een bank die ergens tegen de muur staat.
          “Ga zitten.”
Prima plan.

Met m’n koffertje op schoot stal ik m’n waar uit. De gasten in gewaden gaan allemaal om me heen. Eentje licht me bij met een kaars. Ja joh. Heb ik tenminste licht. Jezus, hebben ze nou ook nog make-up op? Ben ik bij een KISS-coverband beland of zo? Not Julian komt opeens aanzetten met een glas wijn.
          “Drink.”
          “Ik zou liever een pilsje willen.”
          “Wat?” vraagt ie.
          “Een pilsje. Pils. Bier.” Pas op dat laatste woord lijkt hij me te begrijpen.
          “Ah. Dat hebben we niet. Drink.”

Oh, fuck het. Waarom ook niet. Ik pak het glas en neem een slok. “Thanks.” Gadverdamme, wat een bocht. Het smaakt naar goedkope supermarktwijn. Ik slik het door en knik waarderend. Ze mogen dan allemaal gestoord zijn hier, ze zijn wel m’n klanten. En klanten kopen je spullen. “Dus, heren,” begin ik, lekker hard om de aandacht te trekken. “Waar kan ik jullie aan helpen vanavond?” 

En wat kijken ze nou naar elkaar? Zij hebben mij toch gebeld? Not Julian is de enige die wel weet wat hij wil, zo te zien, want hij buigt zich naar me toe.
          “Wat kan u ons bieden?” 
Nou, zal ik je dat eens uitleggen, knul? Jezus, wat een stelletje amateurs. Ik besluit ze dubbele te laten betalen en rommel door mijn koffertje.
         “Om te beginnen heb ik wat pilletjes. Uppers, downers, MDMA, wat je wilt.”
Ik heb echt zelden iemand zo verbaasd zien kijken als Not Julian.
          “Wat doe je daar zoal mee?”
          “Feesten, gozer. Feesten. Beat op en helemaal stuk gaan.” Ik probeer het voor te doen, maar het is duidelijk dat hij geen idee heeft waar ik het over heb.
          “Nou ja, als dat niet je ding is. Ik heb hier wat paddo’s, een beetje crystal, en een restje LSD. Coke heb ik in de auto, en als je crack of heroïne wil kan ik later langskomen.”
          “Ehm…” Not Julian kijkt me aan. “Paddo’s… zijn dat paddenstoelen?”
          “En of. Ga je van trippen als een wilde.”
          “Doe daar maar wat van.”
          “Hoeveel?”
          “Ehm… een halve kilo?”

Soms heb je van die dagen dat alles ineens lekker gaat. Ik fluit een liedje terwijl ik voor ongeveer 2.500 euro aan paddo’s afweeg. Helemaal goed. Deze jongen gaat zich laten verwennen vanavond. Daar kan zelfs deze smerige wijn niks aan afdoen. Ik pak het glas en wil een slok nemen, maar zie dan dat iedereen me aan zit te staren. Heb ik wat van jullie aan, kerels? Ik tik het hele glas achterover, zonder het te proeven. En voordat ik het weet is het glas uit m’n hand gerukt.
          “Laat mij maar,” zegt Not Julian, en verdwijnt.


Prima. Ik heb paddo’s af te wegen. 258 gram, 264… En dan staat Not Julian me opeens aan te koekeloeren, met nog een glas wijn.
          “Willen jullie me dronken voeren?” vraag ik. Niet dat het ze zou lukken, maar wat de fuck? Zie ik eruit als een alcoholist ofzo? Not Julian glimlacht.
          “We willen gewoon goed voor onze gasten zorgen.”


Nou ja. Prima toch. Blijkbaar heb ik de eerste aardige junks van Amsterdam gevonden. Kan mij het rotten. Ik neem een slok, en spuug het bijna uit. Jezus, dit is nog erger dan het eerste glas. Waar bewaren ze dit spul, in hun gymschoenen? Ik kan het maar met moeite doorslikken. En dan beginnen alle dudes om me heen opeens te mompelen. Wat is deze nou weer?


Dit bevalt me niks. Afwegen, afrekenen, en wegwezen. De weegschaal zegt dat ik nu 326 gram heb. 345. 1939. Wacht, wat? Het staat er toch echt. Ik knipper een paar keer, maar m’n ogen worden niet scherp. Wat de fuck – oh shit - alles begint te draaien, en ik val in het niks.


En opeens sla ik tegen de grond aan. Wat is – waar – waar zijn m’n kleren? Wie heeft me vastgebonden? En wat is dat geluid? Om me heen staan de dudes in hun zwarte gewaden in een soort kringetje, met hun armen uitgestrekt. Staan ze nou te zingen met z’n allen? En wat – AAAAAAAH! Not Julian staat naast me en houdt iets omhoog. Is dat een vinger? Is dat mijn vinger? Opstaan, wegwezen – kut, die touwen, en nu zitten ze alleen maar nog strakker. Er begint zich een plas bloed op de grond te vormen, maar ik voel m’n hand al nauwelijks meer. Jezus, wat hebben ze me gegeven hier?


“Opium,” zegt een stem naast me, die blijkbaar mijn gedachten kan lezen. Not Julian gaat tegenover me staan en draait de vinger rond in zijn hand. Vluchtroutes. Links? Rechts? Wie heeft er op de vloer staan kalken? Staat iedereen hier nou op de punten van een ster die op de vloer is getekend? Dan opeens een mep van achteren, en Not Julian begint te praten.
          “Broeders, welkom, bij deze zwarte mis. Vandaag zullen we spreken met de Meester, via een van zijn afgezanten die we via ons bloedoffer gaan oproepen. In de naam van de heerser van de wereld, deze en de volgende, Shemhamforash nos denogimus et Rege Satanas.”
          “Amen.”
          “Goed. Laten we beginnen.”


Weg hier. Weg, nu. Opstaan, rennen. Gaat niet. Schreeuwen? Keel doet het niet. Fuck! Wat is hier aan de hand? Zijn ze nou nog harder gaan zingen? Spartelen. Vechten. Dus zo voelt adrenaline. Weg, weg weg – Not Julian legt een hand om m’n voorhoofd en drukt m’n hoofd tegen de grond aan. Is dat een mes?


“Stop!” kraak ik, met een stem die uit een ander heelal lijkt te komen.
          “Nee.”
          “Willen jullie geld? Ik heb geld! Ik heb een auto.”
          “Wij willen geen geld.”
          Er knallen tranen omhoog, en mijn keel staat in brand. Wat is dit? Waarom ik? Waar heb ik dit aan verdiend? Wat heb ik nou weer gedaan?
          “Waarom ik?” hoor ik mezelf zeggen.
          Not Julians stem is onmenselijk. “We zochten iemand die niet gemist zou worden.”
          Een hele stad vol van het smerigste tuig, en ze kiezen mij uit? Waar heb ik dit aan verdiend? Ik heb niks gedaan!
          Dan voel ik het mes m’n rug in gaan.

Ik schreeuw m’n longen aan stukken. Dikke klodders bloed en weefsel druipen langs mijn lippen. Not Julian loopt rond met een groot leren boek, en gaat dan tegenover me staan. Hij heft zijn handen, het gezang zwelt aan, en de lijnen op de grond lichten rood op. Door mijn tranen heen kan ik zien hoe de grond langzaam begint te gloeien, en dan helemaal verdwijnt. Uit een verre, vlammende diepte komt iets omhoog zetten, en het laatste wat ik voel is hoe mijn onderkaak eraf word gescheurd.

The Lord of Darkness Eats a Brownie

Satan, the Ruler of Hell, was baking brownies one day when someone knocked on his door. A little surprised at this visit, The Prince of Destruction took off his oven gloves and opened the kitchen door to see Beelzebub standing there. The demon was looking a little hesitantly, and clutched a little note in one of his grotesque paws. But Satan was in a good mood that day, and jovially slapped him on the shoulder.
            “Beel, man, how are you?”
            “Good, good”, the demon said, staring at his feet.
            “Come in, come in,” Satan said, and walked to the other side of the kitchen, where he turned up his Frank Sinatra record and wagged his tail to the beat. “I was just making brownies. Would you like some?”
            The demon looked up for a moment. “Brownies?” But then he remembered his task, and scraped his throat.
            “No, thanks. Listen, ehm, I hate to break this to you, but-eh… we have a new batch.”
            The Master of Madness, who was just checking his chocolatey creation, groaned and slammed the oven door shut. “Oh for crying out loud! This was supposed to be my afternoon off.”
            “I know, I know,” the demon muttered, and plucked a maggot out from the rotting flesh under his fingernails. “But there’s been an earthquake in Argentina, and all the new arrivals have us up to our neck in work. If you could do the briefing, we can send them out into the Immortal Plains, and we’ll have space for the new ones. But, listen, I get that this is your time off, so, I mean, we could just let them wallow in the Pit of Despair for a while or something.”
            “No, no, I got this,” Satan said, and got on his feet. “Bloody earthquakes. You’d almost think the guy upstairs is doing it on purpose.”
            Beelzebub forced himself to laugh very hard at this. His boss was no fun to be around when he was messed with.

The two left Satan’s apartment on the top floor of the Tower of Torture and took the cramped little elevator down. Both stared to the floor in awkward silence while a jazzy version of The Girl from Ipanema played over the speakers. When they had reached the ground floor, they walked the short distance to the Gallery of Gore, where Astaroth and Azazel where already waiting with their following. Everyone bowed when the King of Hell approached, and one of the lesser demons stooped so low that he fell over. But Satan didn’t notice it. He was thinking about his brownies, and wondered whether he had left his oven on. Well, he decided, it wouldn’t matter if he could get back on time. Beelzebub handed him the Cloak of Doom, which Satan put it on his shoulders. “Let’s just get this over with,” he thought, and stepped on the little platform from where he could see over the new arrivals standing on the Field of Anguish.

They were all looking a little disoriented, as usual. Some were crying. Some were praying. Normally Satan took a moment to introduce his speech with roaring laugh or something, but he didn’t feel like theatrics today. Instead, he just stamped his cloven hoof on the platform, which sent a quivering soundwave through the space. Everybody on the field below turned their heads to look up at him.

“Do I have your attention, you filth?” Satan roared. “As you might have noticed, you are in hell, and I, Satan, am your master from now on. There is no hope from this point on. There is no escape. There is only pain. Each of you will be tormented for his mortal sins, from this point until eternity.” This was a much shorter version than the speech he normally gave, but his brownies were burning. “Receive your torture, sinners. I am the Lord of Darkness, and I…”
           “What did I do?” a voice sounded out from below.
            “WHO SPOKE THERE?!” Satan bellowed, annoyed at this interruption.
            A small man with a big black moustache raised his hand, and repeated his question with a thick Indian accent.
            “You have sinned against the eternal rule of good and evil, and now you shall be punished!” Satan snapped.
            “Yes, you said as much, but I can’t remember doing anything wrong. Could you just tell me what it was I did? I mean, if I’m going to be tortured forever, you could at least tell me.”

A murmur of agreement rose from the crowd. Satan rubbed his face, and gestured one of the lesser demons toward him. It was a small, Goblin-like creature, and it was shaking with fear to approach his master.
            “What’d he do?” Satan asked him.
            “He-eh, he blew up his dog, Your Infernal Majesty,” the demon said, his voice croaking with excitement.
            Satan thanked the demon, and turned back to his audience.
            “You are here for blowing up your dog!”
            The Indian man looked up with surprise. “That’s not allowed?”     

“What?” the Fallen Angel of Darkness shrieked, and looked at the man with disbelief. “No, of course that’s not allowed, you crazy tit!”
            “Bummer,” the man muttered, and was silent.
            Satan scraped his throat, and continued: “Right, so, if there are no more questions: Prepare for an eternity of pain! An eternity of suffering! An eternity of wallowing in the pit of filth you dug for yourself during – “
           “How would you define ‘eternity’, exactly?” a thin voice came from down below. Satan groaned, and looked at the small Asian woman who had asked the question.
            “What.”
            “Well, you see, I am a physics professor, and since the advent of quantum mechanics, we’ve had several competing definitions of the term ‘infinity’”. She put the word in fingerquotes. “The things is that eternity derives from our understanding of time, but I’m not quite sure how time is present in this realm of existence, and I would need a fixed point of reference before I could define this eternity you’re talking about according the post-Eisteinian conception of time, and furthermore…”
           Satan sighed as the woman started off with a lecture on relativity. He considered having her disemboweled by one of the demons standing guard down below, but it seemed so pointless. If you’ve seen one disembowelment, you’ve basically seen them all, and Satan had seen more than enough already. Looking at his fingernails, he thought back to the old days. He knew it was stupid of him to have thoughts like these, but he just couldn’t help it wondering what if? What would his life have been like if he hadn’t rebelled against the Creator? If he hadn’t rallied an army of angels to storm the gates of Heaven? Maybe he wouldn’t have had to endure all this now. He could have been comfortable. Subdued, and repressed, maybe, but at least he wouldn’t have had rule a group of people specifically selected for being assholes. Satan mournfully wagged his tail.

Azazel put a hand on his shoulder and handed him a piece of paper. Satan rose to his full length again, and interrupted the physicist, who was still talking, with a prepared statement: “Although the objective ramifications of eternity are not yet known to the residents of hell, you can rest assured that your torture and punishment shall last for a duration of time that can be reasonably described as ‘eternal’.” The physicist shuffled her feet and grumbled a little. Satan looked over the crowd and considered bellowing a last omen of what was to come, but he just didn’t feel like it. What the hell, he thought. They would find it out themselves. His brownies were waiting for him. Maybe he could glaze them, or put some sprinkles on top?

Satan stepped off his platform and, ignoring the demons bowing all around him, walked back to the Tower. The elevator was out of order. Several small demons were feverishly working on it with wrenches, and one of them told Satan that it would be at least another week before it would be done. Satan walked the seventeen steps of stairs, and when he opened the door to his apartment, a massive cloud of smoke blew into his face.

He ran into his kitchen, shouting a selection of Forbidden Words that had not been spoken since the second century, and opened the oven. His brownies were black as the night. Satan ruefully too the tray out of the oven and tried cutting off the blackened sides, but it was ruined throughout. Finally, he managed to find a small piece that was still the right shade of brown, and put it in his mouth. It has the taste and texture of vulcanized rubber. Satan sat down on his chair and blandly chewed it while staring into middle distance. It was on days like this that he really hated his job.